Snurken en slaapapneu - snurkende man

Snurken en Slaapapneu (OSAS)

Op deze pagina kunt u meer informatie vinden over de oorzaken en mogelijke behandelingen van snurken en slaapapneu ofwel het obstructief slaapapneusyndroom (OSAS). Mocht u na het lezen van deze pagina nog vragen hebben, aarzel dan niet om uw KNO-arts te raadplegen.

Belangrijk om te weten is dat snurken en het slaapapneusyndroom (OSAS) niet hetzelfde zijn. Wanneer u lijdt aan slaapapneu dient u te allen tijde contact op te nemen met uw arts alvorens anti-snurkmiddelen te proberen. Op deze pagina gaan we dieper in op zowel snurken als slaapapneu en de verschillende behandelopties.

Snurken

Wat is snurken?

Snurken is het zagende of brommende geluid dat sommige mensen bij het ademhalen tijdens de slaap maken. Niet zelden wordt het geluid door partners, huisgenoten en zelfs buren als storend ervaren, met slapeloosheid tot gevolg.

Bij een normale ademhaling verplaatst lucht zich via de neuspassage, keelholte en de luchtpijp naar de longen. Bij snurkers is er sprake van een vernauwing van de luchtwegen in het gebied tussen de neusingang en de stembanden. Meestal vindt deze vernauwing plaats achter de huig (de overgang van de neus- naar de keelholte) of in de keelholte achter de tong.

Bij sommige snurkers is de neusholte te nauw, waardoor de neusademhaling wordt bemoeilijkt.

Het gevolg van de vernauwing van de luchtweg is dat er bij het inademen een druk in de keel ontstaat. Hierdoor worden het zachte gehemelte, de huig, tong en keelwanden naar elkaar toe gezogen. Dit zorgt voor trillingen van de weefsels dat wij waarnemen als het vervelende snurkgeluid. Dit geluid is vergelijkbaar met het leeglopen van een opgeblazen ballon, dat ontstaat als veel lucht door een (te) nauwe doorgang naar buiten stroomt.

Wie snurken?

Ongeveer één op de vijf volwassen mannen snurkt elke nacht. Bij vrouwen en kinderen is dit één op de tien. Vaak ontstaat snurken tussen het dertigste en veertigste levensjaar. Snurken is erfelijk bepaald en komt daarom in sommige families vaker voor. Meestal begint het dan rond het twintigste jaar.

Snurken neemt toe met de leeftijd en wordt daarnaast ook harder. Redenen hiervoor zijn dat het slijmvlies van de keelholte door de ophoping van vetweefsel dikker wordt. Dit drukt tegen de luchtweg aan, waardoor deze nauwer wordt. Daarnaast worden slijmvliezen op oudere leeftijd slapper (net als de huid), waardoor deze gemakkelijker kunnen gaan vibreren.

Welke factoren dragen bij aan snurkklachten?

Er zijn verschillende factoren aan te wijzen die snurkklachten kunnen uitlokken. Het gaat dan met name om omstandigheden die bijdragen aan een vernauwing van de luchtweg tussen de neusingang en de stembanden, zoals:

  • Verslapte spieren in het mond- en keelgebied (zachte gehemelte, huig en tong). Oorzaken hiervan kunnen zijn: ouderdom, oververmoeidheid, alcoholgebruik en bepaalde medicatie (zoals slaap- of kalmerende middelen).
  • Een lang en vrij slap zacht gehemelte en huig, waardoor de kans op de blokkade van de luchtweg groter is.
  • Slapen op de rug. Als gevolg hiervan zakken het zachte gehemelte, de tong en de huig naar achteren en blokkeren de keelholte.
  • Verdikte wanden van de keelholte, met als gevolg een nauwere luchtdoorgang. Oorzaken hiervan zijn: overgewicht en een voortdurende irritatie van de keel, door bijvoorbeeld roken of brandend maagzuur (als gevolg van een breuk in het middenrif).
  • Vergrote keel- en/of neusamandel; dit is vaak bij kinderen de oorzaak van snurken.
  • Een blokkade in de neus. Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals een scheef neustussenschot, de aanwezigheid van neuspoliepen of een zwelling van het neusslijmvlies door bijvoorbeeld een verkoudheid of allergie. Door de bemoeilijkte neusademhaling wordt er geforceerd door de mond ademgehaald. Dit veroorzaakt bij het inademen een te lage luchtdruk in de keelholte.

Wat kan ik doen om snurken te voorkomen?

Er zijn een aantal dingen die u zelf kunt doen om snurken te voorkomen of verminderen:

  • Zorg voor een gezond lichaamsgewicht door een evenwichtig voedingspatroon en voldoende beweging. Als u kampt met overgewicht, probeer dan uw overtollige kilo’s kwijt te raken.
  • Stop met roken.
  • Nuttig ten minste twee uur voor het slapengaan geen alcohol.
  • Vermijd zware en vette maaltijden voor het slapengaan. Een volle maag drukt tegen het middenrif en vet eten vergroot de kans op brandend maagzuur.
  • Leef regelmatig en voorkom dat u afhankelijk raakt van eventuele slaap- of kalmerende middelen.

Bestaan er anti snurk middelen die ik kan gebruiken?

Er bestaan verschillende anti snurk middelen die u kunnen helpen uw snurkklachten te verminderen of voorkomen.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • Een Mandibulair Repositie Apparaat (MRA), ook wel een anti snurkbeugel genoemd. Dit is het effectiefste anti snurk middel dat er bestaat en werkt bij 90% van de snurkers. Hieronder kunt u meer lezen over de werking van een MRA.
  • Neuspleisters en –spreiders, om de neusademhaling te bevorderen.
  • Hoofd- of kinbanden, die ervoor zorgen dat de mond gesloten blijft.
  • Anti snurk kussens, om de slaaphouding te corrigeren.
  • Sleep Position Trainer (SPT), een apparaatje dat de snurker in een band om de borst draagt en zorgt voor een trilling als de snurker op de zij draait.
  • Tongstabilisator. Deze voorkomt dat de tong richting de keelholte zakt.
  • Anti snurk keel- en neussprays en keelstrips. Deze helpen de neusholte te openen en/of vibraties van het keelweefsels voorkomen.

Helaas hebben niet al deze middelen een positief effect bij snurkers.

Hoe kom ik achter de bron van mijn snurkklachten?

Als u kampt met snurkklachten, kan uw huisarts u doorverwijzen naar de KNO-arts. Deze zal er door het stellen van een reeks vragen over uw levensstijl achter proberen te komen wat de bron van uw snurkklachten is. Denk bijvoorbeeld aan zaken zoals gewichtstoename, roken, alcohol- of medicijngebruik en keel- of neusklachten. Tevens zullen er allergietesten worden uitgevoerd en röntgenfoto’s worden gemaakt.

Ook zal de KNO-arts door middel van een slaapendoscopie de binnenkant van de neus en keel onderzoeken, om te kijken waar de vernauwing van de luchtweg zich precies bevindt. Hierbij wordt u in slaap gebracht met behulp van een slaapmiddel dat via een infuus in de arm wordt toegediend. Terwijl u slaapt worden met behulp van een flexibele endoscoop (kijkbuisje) de neus en keel onderzocht.

Aan de hand van de resultaten van deze onderzoeken bepaalt de arts voor welke behandelingen u in aanmerking komt.
Snurken en Slaapapneu

Operatieve behandelingen tegen snurken

Er bestaan verschillende operatieve behandeling die snurkers kunnen ondergaan, afhankelijk van de oorzaak van hun snurkklachten.

Als het snurken ontstaat door een neusverstopping, kan dit tijdelijk zijn, zoals bij een verkoudheid of allergie. Hierbij kunnen neussprays of anti allergie tabletten helpen. Kampt de snurker echter met een meer permanent probleem, zoals een scheef neustussenschot, dan kan er een correctie worden uitgevoerd (septoplastie). Ook neuspoliepen die niet met medicijnen te behandelen zijn, kunnen operatief verwijderd worden. Deze laatste twee ingrepen zijn effectief bij ongeveer 10% van de snurkers die last hebben van een verstopte neus. In het geval van overmatig hypertrofisch slijmvlies ter hoogte van de neusschelpen kan dit worden weggebrand (coagulatie) of een deel van de onderste neusschelp worden verwijderd.

Bij kinderen die kampen met snurkklachten heeft het verwijderen van de keel- en/of neusamandelen vrijwel altijd een positief effect.

De meest voorkomende oorzaak van snurken is een te nauwe overgang van de neus- naar de keelholte, ofwel de ruimte achter het zachte gehemelte en de huig. Er bestaan in Nederland twee ingrepen die dit kunnen verhelpen:

Uvulo-palato-pharyngo-plastiek (UPPP)

Bij deze ingreep wordt het grootste gedeelte van het zachte gehemelte en de huig met een mes of laser verwijderd. Vaak worden de keelamandelen meegenomen, indien deze nog aanwezig zijn.

De UPPP is de effectiefste manier om meer ruimte in de overgang van de neus- naar de keelholte te creëren. Bij ongeveer 90% van de snurkers verdwijnen de snurkklachten. Helaas komt het voor dat de klachten na verloop van tijd terugkeren. De oorzaak hiervan is vetophoping in de huig en het zachte gehemelte. Na vijf jaar is de operatie daarom nog maar effectief bij ongeveer 70% van de snurkers.

De UPPP is de effectiefste manier om meer ruimte in de overgang van de neus- naar de keelholte te creëren. Bij ongeveer 90% van de snurkers verdwijnen de snurkklachten. Helaas komt het voor dat de klachten na verloop van tijd terugkeren. De oorzaak hiervan is vetophoping in de huig en het zachte gehemelte. Na vijf jaar is de operatie daarom nog maar effectief bij ongeveer 70% van de snurkers.

De operatie brengt helaas ook nadelen met zich mee:

  • Tot wel twee weken na de ingreep kan slikken zeer pijnlijk zijn. Vaak kan er dan niet gewerkt worden.
  • De patiënt kan een droog gevoel in de keel of een gevoel van een brok in de keel behouden.
  • Het uitspreken van de harde “g” gaat niet meer goed.
  • In zeer zeldzame gevallen wordt de neusholte aan de achterkant niet meer goed afgesloten, omdat het zachte gehemelte te kort is. Hierdoor komt er bij drinken vloeistof via de neus naar buiten. Vaak heelt dit vanzelf, maar soms moet er een correctie worden uitgevoerd.

Gecontroleerde littekenvorming – huig en zachte gehemelte

Bij deze behandeling worden de huig en het zachte gehemelte verstijfd door middel van gecontroleerde littekenvorming. Deze ingreep is een stuk minder belastend dan de UPPP, maar helaas ook minder effectief.

De behandeling wordt over het algemeen onder plaatselijk verdoving uitgevoerd. Men brengt een naald in op 3 tot 5 plaatsen in het zachte gehemelte. De naald en het weefsel worden door middel van trillingen (radiofrequente energie) of ioniserende effecten (coblatietherapie) verhit tot 85 graden Celsius. Hierdoor smelt het weefsel, waardoor er littekenweefsel ontstaat. Dit stugge weefsel vibreert minder gemakkelijk dan normaal weefsel, waardoor snurkklachten zullen afnemen.

De behandelingsmethode moet in principe tweemaal worden uitgevoerd met een tussenpoos van twee maanden. Het is een succesvolle behandeling bij één op de zes snurkers. Bij één of twee van deze zes zal het snurken na een paar jaar echter weer terugkeren. De ingreep is vrij nieuw in Nederland, dus over het effect op de lange termijn is weinig bekend.

Net als bij de UPPP kleven er nadelen aan de behandeling:

  • De keel blijft ruim een week gevoelig, maar lang niet zo erg als bij de UPPP.
  • In uitzonderlijke gevallen ontstaat er een complicatie in de vorm van een gat in het zachte gehemelte. Dit groeit meestal vanzelf dicht, maar kan wel pijnlijk zijn. Soms moet het operatief worden gesloten.
  • De ingreep wordt niet vergoed door zorgverzekeraars. De kosten zijn ongeveer €1.200.

Minder voorkomende ingrepen

Soms wordt snurken veroorzaakt op het niveau van de achterzijde van de tong of het strottenklepje (epiglottis). Er zijn dan twee ingrepen mogelijk:

Gecontroleerde littekenvorming – tong

De gecontroleerde littekenvorming zoals we hierboven zagen kan ook worden uitgevoerd op het achterste deel van de tong. Hierdoor wordt dit deel stijver, wat de kans op snurken verkleint. Bij ongeveer 75% van de snurkers is de behandeling effectief, maar net als bij bovenstaande behandeling is er weinig bekend over de resultaten op langere termijn.

Nadelen van de ingreep:

  • Een aantal weken last van lichte pijn bij het slikken. Na een paar dagen is werken wel weer mogelijk.
  • Een blijvend gevoel dat er iets in de keel zit.
  • De ingreep wordt niet vergoed door zorgverzekeraars. De kosten zijn ongeveer €1.200.

Verwijdering van een gedeelte van de tong met een laser

Bij deze behandeling wordt een gedeelte van de achterzijde van de tong met een laser verwijderd. Hierbij krijgt men meer ruimte in de luchtweg achter de tong. Er is weinig bekend over de resultaten van deze ingreep.

De nadelen die eraan kleven:

  • Gedurende twee weken na de behandeling is slikken pijnlijk. Werken zal niet mogelijk zijn.
  • Er treedt een verslechtering van de smaak op die een paar weken tot een paar maanden kan duren.

Succesvolle niet-operatieve behandeling tegen snurken

Mandibulair Repositie Apparaat (MRA)

Een zeer succesvolle behandeling tegen snurken is het gebruik van een MRA: Mandibulair (= onderkaak) Repositie (= verplaatsing) Apparaat. In de volksmond wordt een MRA ook wel een anti snurkbeugel genoemd.

Werking Mr. Anti Snurk beugel

Een MRA is een kunststof prothese die de snurker over de tanden draagt. De beugel houdt de onderkaak tijdens de slaap naar voren. De tong, die aan de onderkaak vastzit, blijft hierdoor ook op zijn plek en zakt minder gemakkelijk naar achteren de keelholte in. Door het gebruik van een MRA kunnen snurkklachten die ontstaan bij zowel het zachte gehemelte en de huig als aan de achterkant van de tong en het strottenklepje worden voorkomen. De luchtweg wordt namelijk constant opengehouden, wat snurkklachten verhindert.

Er zijn verschillende typen MRA’s op de markt verkrijgbaar. Het meest effectief is een op maat gemaakte MRA. Deze is perfect gevormd naar uw gebit en zorgt voor de beste werking en het meeste comfort. Bij 90% van de snurkers heeft een MRA een positief effect op snurkklachten.

U kunt een MRA professioneel laten aanmeten door een gespecialiseerde tandarts of kaakchirurg. Deze moet vooraf uw gebit goedkeuren. Belangrijk om te weten is dat een MRA niet door iedereen kan worden gedragen, bijvoorbeeld in het geval van gebitsprotheses. Ook moet uw zorgverzekering vooraf toestemming geven voor het aanmeten van een MRA. Soms wordt deze niet vergoed of moet u een deel zelf betalen. De kosten kunnen oplopen tot €1.000, afhankelijk van het type beugel.

Naast MRA’s die u door de tandarts of kaakchirurg kunt laten aanmeten, bestaan er ook MRA’s die u zelf op maat kunt maken. Deze zijn vaak aanzienlijk goedkoper dan een professioneel aangemeten beugel. Hier vindt u een voorbeeld van een MRA die u zelf op maat kunt maken.

 

Het obstructief slaapapneusyndroom (OSAS)

Wat is OSAS?

Een klein deel van de snurkers lijdt aan het obstructief slaapapneusyndroom, kortweg slaapapneu genoemd. Dit is een ernstige slaapstoornis waarbij met grote regelmaat ademstilstanden plaatsvinden, veroorzaakt door een obstructie van de luchtweg. Deze obstructie ontstaat doordat de tong en/of het zachte gehemelte en de huig en/of de keelwand soms helemaal naar elkaar toegezogen worden en de keelholte afsluiten.

Een apneu is een ademhalingsstop van meer dan tien seconden. Bij iemand die lijdt aan slaapapneu kunnen deze tot wel dertig seconden of langer duren. Iemand krijgt de diagnose OSAS als er sprake is van meer dan vijf ademstilstanden per uur en als hij of zij overdag zeer slaperig of vermoeid is zonder andere aanwijsbare reden.

Tijdens een ademstilstand geven de hersenen na een tijdje een alarmsignaal af, waardoor de spieren in het zachte gehemelte en de tong weer worden aangespannen. De keelholte wordt zo opengetrokken en er treedt een normale ademhaling op. Er ontstaat zo een minder diepe slaap. Soms wordt de snurker benauwd of naar adem happend wakker.

Door het alarmsignaal van de hersenen bestaat er geen kans op verstikking. Toch heeft slaapapneu nadelige gevolgen voor de patiënt.

Zo is de kwaliteit van de slaap door de ademstilstanden en alarmsignalen van de hersenen erg slecht. Een diepe slaap is eigenlijk niet mogelijk. Hierdoor kan de patiënt overdag last hebben van extreme vermoeidheid en slaperigheid en in slaap vallen op de meest ongewilde momenten. Tijdens het autorijden kan dit bijvoorbeeld leiden tot zeer gevaarlijke situaties. Ook kampt de patiënt vaak met concentratieproblemen en vergeetachtigheid.

Daarnaast schaadt slaapapneu de gezondheid van de snurker. Door de slechte slaapkwaliteit kunnen er bijvoorbeeld wisselingen in de bloeddruk optreden. Dit is schadelijk voor hart- en bloedvaten en kan leiden tot hoge bloeddruk. De snurker krijgt ook minder rust, zowel lichamelijk als geestelijk, en kan ’s nachts minder goed herstellen. Hierdoor slijt de patiënt als het ware sneller. De levensverwachting van iemand die lijdt aan slaapapneu is dan ook korter.

Hoe kom ik erachter of ik lijd aan slaapapneu?

Om erachter te komen of u lijdt aan slaapapneu, is het noodzakelijk dat er een polysomnografie bij u wordt verricht. Een polysomnografie is een nachtelijke meting tijdens de slaap. Door middel van elektrodes wordt de activiteit van de hersenen, longen, spieren van de borstkas en benen gemeten. Ook worden de bloeddruk en het zuurstofgehalte in het bloed geregistreerd. Er wordt gekeken hoe diep iemand slaapt, hoe vaak de ademstilstanden plaatsvinden en hoeveel wekreacties in de hersenen ontstaan.

Een polysomnografie kan in een slaaplaboratorium in het ziekenhuis worden uitgevoerd. Door de steeds betere apparatuur kan het onderzoek soms ook thuis plaatsvinden. Hierbij sluit de patiënt zelf de apparatuur aan en wordt deze de volgende ochtend opgehaald.

Behandelingen van slaapapneu

Er bestaan vier behandelmethoden die worden toegepast bij slaapapneu:

  1. CPAP-machine. Dit is een beademingsapparaat dat bestaat uit een luchtpomp, buis en masker, waarmee er een constante luchttoevoer plaatsvindt bij de drager. Hierdoor ontstaat een overdruk, met als gevolg dat de keelholte open blijft en er veel minder ademstilstanden plaatsvinden. Snurkklachten verdwijnen meestal volledig. Het is echter niet erg comfortabel om te slapen met masker en buis. Vaak is er een periode van gewenning nodig, maar soms raakt de patiënt er helemaal niet aan gewend. Door de positieve resultaten wordt de hinder echter vaak voor lief genomen.
  2. Mandibulair Repositie Apparaat (MRA). Deze methode is prettiger maar minder effectief tegen slaapapneu. Hierboven beschreven we de werking van een MRA.
  3. Bij lichte slaapapneu kan een uvulo-palato-pharyngo-plastiek (UPPP), zoals hierboven beschreven, worden uitgevoerd. Helaas is de kans op succes op de lange termijn klein.
  4. Als laatste optie bestaat er nog een operatieve ingreep aan de onderkaak waar patiënten met een onderontwikkelde onderkaak voor in aanmerking komen. Dit is een uitgebreide operatie waarbij de onderkaak net achter de verstandskiezen wordt doorgezaagd en naar voren wordt gehaald. De onderkaak wordt met schroeven vastgezet. Vaak moet de stand van de tanden worden aangepast aan de nieuwe vorm van de onderkaak en is hiervoor een nabehandeling bij de orthodontist nodig. De resultaten van de operatie zijn positief.

Snurken en Slaapapneu

Bron: www.kno.nl